Skip to main content

Beperk De Straling

Go Search
Start
  
Beperk De Straling > Algemeen > Blootstellingsnormen  




Blootstellingsnormen

De huidige blootstellingsnormen in België gaan van 20 tot 30 V/m. Deze normen zijn gebaseerd op de normen vastgelegd door het ICNIRP, waarop vervolgens een 'veiligheids'factor van 4 werd toegepast. Deze normen bieden geen enkele bescherming. In het Brussels Gewest werd de norm in februari 2007 verlaagd naar 3 V/m, maar volgens tal van wetenschappers kan enkel een blootstellingsnorm van 0,6 V/m (maximum) de volksgezondheid beschermen (zie o.a. Bioinitiative-rapport hieronder). Verwacht wordt dat deze waarde in de toekomst nog verlaagd zal moeten worden. Volgens het Europees Milieuagentschap zijn de huidige internationale normen (die van het ICNIRP) duizenden keren te laks. Het ICNIRP is een omstreden organisatie en er bestaat veel kritiek op de manier waarop de huidige normen werden bepaald.

In Salzburg bedraagt de blootstellingsnorm 0,06 V/m. Mensen kunnen er nog steeds perfect met hun gsm bellen. Volgens professor Natuurkunde en Scheikunde Victor Moshchalkov van de K.U. Leuven is het ook in België technisch perfect mogelijk om een dergelijke norm te realiseren en dit door het gebruik van glasvezelkabel. Ook het Nederlandse Kennisplatform Veilig Mobiel Netwerk doet een aantal voorstellen voor relatief eenvoudige technische ingrepen waardoor de stralingsniveaus verlaagd kunnen worden tot 0,2 V/m en zelf 0,06 V/m. Waar wachten onze politici nog op?...

Ontoereikendheid bestaande normen:

  • The ICNIRP Guidelines: RF risk assessment built on a house of cards 

  • The inadequacy of the ICNIRP Guidelines governing human exposure to the microwave emissions of GSM/TETRA base-stations 

  • Prof. Adlkofer, coördinator van de grootschalige REFLEX studie (gefinancierd door de Europese Unie) beschuldigt het ICNIRP ervan bewijsmateriaal te negeren dat niet in de lijn van hun verwachtingen ligt. De resultaten van de REFLEX-studie vormen volgens hem voldoende reden om het voorzorgsprincipe strikter toe te passen. Deze resultaten werden echter gewoon genegeerd. 

  • http://www.bioinitiative.org

    "An international working group of renowned scientists, researchers and public health
    policy professionals (The BioInitiative Working Group) has released its report on
    electromagnetic fields (EMFs) and health. It raises serious concerns about
    the safety of existing public limits that regulate how much EMF is
    allowable from power lines, cell phones, and many other sources of EMF
    exposure in daily life."

    "Public health and EMF policy experts have now given their opinion of
    the weight of evidence.
    The existing international limits for
    public and occupational exposure to EMFs and RF radiation are not
    protective of public health
    . New public safety limits and limits on further
    deployment of risky technologies are warranted based on the total weight of evidence."

    Wat betreft hoogfrequente elektromagnetische straling raden de auteurs
    een blootstellingsnorm aan van 0,1 µW/cm² (= 0,614 V/m) aan voor de situatie
    buitenshuis (zie section 17). De auteurs verwachten dat deze waarde in de
    toekomst nog naar beneden bijgesteld zal moeten worden.

    Zie de volgende hoofdstukken uit het rapport:
    c
    Section 3: The Existing Public Exposure Standards

    Section 4: Evidence for Inadequacy of the Standards

  • In juni 2000 vond in Salzburg een conferentie plaats waar een twintigtal wetenschappers uit elf landen eveneens tot de conclusie zijn gekomen dat een veel strengere stralingsnorm nodig is. Volgens de aanwezige experts is er zelfs geen enkel wetenschappelijk bewijs voor dat een veilige ondergrens bestaat en is enkel ‘zero-straling’ veilig. Dit suggereert dat op termijn geëvolueerd moet worden naar een situatie waarin elektromagnetische straling enkel wordt gebruikt voor echt noodzakelijke doeleinden (i.e. de GSM) en niet voor technologieën waarvoor veilige alternatieven bestaan (o.a. WiMax) en/of die louter amusementswaarde hebben en slechts door een fractie van de bevolking gebruikt worden (UMTS/3G; gebruikt door zo’n 3% van de bevolking).


Kennisplatform Veilig Mobiel Netwerk:


Een zeer interessante website is
www.kennisplatformveiligmobielnetwerk.info :

"Een goed functionerend mobiel netwerk is mogelijk met veel lagere stralingsniveaus in woningen, zodanig laag dat geen van de omwonenden van zendmasten hier neurologische effecten zoals hoofdpijn/migraine van hoeft te ondervinden. In de huidige - gepolariseerde - discussie over gezondheidsrisico's van UMTS, GSM-antennes wordt aan dit simpele gegeven voorbijgegaan. Om de huidige patstelling in de discussie te doorbreken stellen wij voor om over te stappen op een moderner mobiel netwerk, zoals dat al bestaat op verschillende plaatsen in Europa."

"
De indruk is ontstaan van een onoverbrugbare tegenstelling tussen het economisch en sociaal belang van een goed mobiel netwerk en het waarborgen van een gezonde leefomgeving. Dit is echter een schijntegenstelling: de huidige stralingsniveaus zijn vele malen hoger dan nodig voor functionele mobiele netwerken: de meeste mobiele apparatuur functioneert al bij signaalsterktes in de orde van 0.001 microwatt/m2. Met een relatief kleine aanpassing van het netwerk (i.h.b. in de hoogte van de masten, en het wattage van de zenders) is het niet nodig dat enig burger in zijn of haar woning belast wordt boven de 100 microwatt/m2. Met een wat ingrijpender - maar nog steeds zeer goed doenbare -aanpassing (nog hogere zendmasten) is de maximale stralingsbelasting in praktisch alle woningen tot ruim beneden de 10 microwatt/m2 terug te brengen (zie: Veilig netwerk).

De belangrijkste boodschap van deze website is dan ook dat het geen kwestie is van of-of, maar en-en: en een goed functionerend netwerk, en stralingsniveaus die bij (de meeste) mensen niet tot negatieve gezondheidseffecten leiden."


Prof. Moshchalkov over het gebruik van glasvezelkabel:

'Wanneer je in België met je gsm belt wordt dat signaal opgevangen door een antenne in je buurt. Die straalt op zijn beurt door naar andere antennes tot het signaal is aanbeland bij een mast in de buurt van de persoon met wie je belt. Al die antennes die bij dat proces betrokken zijn geven straling af. Voor een optimale dekking en voor het doorseinen van grotere hoeveelheden informatie zijn steeds meer antennes nodig. Veel logischer is om het met minder antennes te doen en de signalen via de glasvezelkabel, die bovendien sneller is en een grotere capaciteit heeft, door te sturen naar een andere antenne. Dat is bijvoorbeeld in Salzburg het geval, maar het kan ook in België. Een internationale conferentie heeft overigens de normen die Salzburg hanteert als leiddraad voor de hele wereld naar voren geschoven', zegt de fysicus. (volledig artikel)


Frequentiespecifieke of resonantie-effecten:

Verder moet benadrukt worden dat het is foutief om enkel rekening te houden met het stralingsniveau. Misschien nog belangrijker zijn de frequentiespecifieke effecten:
  • De fysiologische en milieueffecten van niet-ioniserende straling 

    Een rapport opgesteld voor de STOA (comité van het Europees Parlement dat verantwoordelijk is voor de beoordeling van het wetenschappelijk en technologisch beleid)


    Wat technologisch voortgebrachte elektromagnetische velden onderscheidt van de meeste natuurlijke, is hun veel hogere mate van coherentie. Dit betekent dat hun frequenties bijzonder goed gedefinieerd zijn, en derhalve veel gemakkelijker door levende organismen, waaronder de mens, zijn waar te nemen. Dit vergroot hun biologisch potentieel aanzienlijk, en "opent de deur" voor de mogelijkheid van frequentiespecifieke, nietthermische invloeden van diverse aard, waartegen de bestaande veiligheidsrichtsnoeren - zoals die van de Internationale Commissie voor Bescherming tegen niet-ioniserende straling (ICNIRP) geen bescherming bieden. Deze veiligheidsrichtsnoeren zijn enkel gebaseerd op het in aanmerking nemen van het vermogen van radiofrequentie- (RF)- en microgolfstraling om weefsel te verhitten.

    Zodoende verlenen de richtsnoeren geen bescherming tegen nadelige gezondheidseffecten die in de eerste plaats en specifiek worden opgewekt door invloeden die de frequentie van de velden op het menselijk lichaam zouden kunnen hebben. Een noodzakelijke voorwaarde voor een dergelijke invloed is het in het organisme voorhanden zijn van de biologische tegenhanger van een elektrisch afgestemde stroomkring - namelijk een endogene oscillerende elektrische activiteit.

    In dat geval zal het organisme reageren - op een aan een radio verwante wijze - indien de frequentie van het externe veld (hetzij van de draaggolf, hetzij van de lagere frequentieamplitude-modulaties/pulsen) overeenkomt met die van de afgestemde stroomkring of daar dicht bij in de buurt komt. Zulks zou kunnen leiden tot ofwel een ongewenst sterke resonantievergroting van, dan wel een schadelijke interferentie met de desbetreffende endogene biologische activiteit.

    (...)
    Enkele oscillerende endogene elektrische activiteiten van het levende menselijk lichaam zijn vrij goed bekend, zoals die van het hart en de hersenen, welke met een elektrocardiogram, c.q. een elektroencefalogram kunnen worden gevolgd. Met het circadiaans ritme is men evenzeer vertrouwd. Andere - zoals de coherente elektrische prikkelingen op cellulair niveau, waarvan de frequenties typisch liggen in het microgolfgebied van het elektromagnetisch spectrum, en die welke verbonden zijn met van vitaal belang zijnde biochemische activiteiten, bijvoorbeeld met betrekking tot het transport van calciumionen door de celmembranen - zijn iets minder bekend.

    Zolang het frequentie/informatieaspect van nietzichtbare elektromagnetische straling (microgolven en andere zich niet voortplantende elektrische en magnetische velden zoals die van hoogspanningsleidingen) - niet als zodanig wordt erkend, zullen deze velden een potentiële bedreiging voor alle levende organismen vormen.

    Anders dan bij de intensiteit, kan het aspect frequentie van het probleem niet worden aangepakt zonder in te grijpen in de frequentiekenmerken en de informatieve inhoud van het agressieve veld (waarvan de integriteit in communicatietechnologieën zoals GSM-telefonie uiteraard gehandhaafd moet blijven).

    De doeltreffendheid van de huidige veiligheidsrichtsnoeren zou kunnen worden opgevoerd door het in aanmerking nemen van de gebruikelijke elektromagnetische compatibiliteit (EMC) tussen elektromagnetische straling en elektronisch instrumentarium uit te breiden tot het levende menselijke organisme dat zelf een elektromagnetisch instrument bij uitstek is. Een ambitieus programma inzake elektromagnetische biocompatibiliteit is een grootse taak voor de 21ste eeuw, en tevens een waarvan verwaarlozing alleen maar in ons nadeel uitvalt.

  • How exposure to GSM & TETRA base-station radiation can adversely affect humans
    Vanaf p. 3 wordt ingegaan op de frequentiespecifieke effecten.

  • Zie ook hypothese 1 bij de biologische verklaringen op de website electroallergie.org (nu: Stichting Elektro Hypersensitiviteit)

    Hypothese 1: het oscillatie/resonantiemodel

    Een voor de hand liggende mogelijkheid is dat cellen of celgroepen een eigen cycliciteit bezitten: één of ander proces wordt onderhouden dat piekt of uitdooft in bepaalde cycli (lees: frequenties) die uiteen kunnen lopen van enkele miljoenen tot slechts enkele cycli per seconde. Wanneer een extern veld een frequentie bezit die ongeveer overeenkomt met die van het cyclische proces in ons model en dat tevens door het model kan worden ‘ontvangen’, dan kan een proces van resonantie op gang komen. Het externe veld geeft het betrokken proces steeds op het kritieke moment een ‘zetje’; die beïnvloeding kan overigens een stimulerende of remmende werking hebben. Het cyclische proces kan dan dermate worden gestimuleerd, dan wel geremd, dat er iets mis gaat.

    Natuurlijke oscillaties komen voor in sterk uiteenlopende organismen en weefsels en in sterk uiteenlopende frequenties:

    • Eiwitmoleculen en –structuren in dierlijke celwanden oscilleren met een frequentie van miljoenen Hz, bijv. voor de handhaving van ionentransporten ten dienste van de transmembraan potentiaal.
    • Celwanden met hun contractiele eiwitfilamenten oscilleren met een frequentie van enige duizenden Hz
    • Sommige neuronen in uiteenlopende diergroepen fungeren als ‘Zeitgeber’, als een ‘slinger’ in een biologische klok: ze vuren met grote regelmaat en zonder uitwendige beïnvloeding met een frequentie van enkele Hz.
    • Groepen van zenuwcellen in de hersenen vuren simultaan en hun collectieve spanningsveranderingen vormen een regelmatig patroon dat we herkennen in de EEG patronen en hersenscans. Met externe elektroden kunnen we die hersengolven beïnvloeden en ‘dus luisteren’ de betrokken neuronen naar de voor hen externe signalen en beïnvloeden ze elkaar.

    Hypothese 2: het polarisatie-model

     Zie hier

Niet-lineair effect

In het algemeen gaat men ervan uit dat een hoger stralingsniveau leidt tot meer gezondheidseffecten. De assumptie is m.a.w. dat het gaat om een lineair effect. Er zijn evenwel redenen om dit in vraag te stellen. De zaken liggen ingewikkelder dan dat.

  • Dose-response and non-linearity (webpagina h.e.s.e-project)

    In so many situations it appears that the more you put in the more you get out; there is proportionality. Such relationships are so common that it is easy to presume everything is like this.

    Is a linear dose-response true of toxins and pharmaceutical drugs? No, it isn’t. Some toxins are most potent at very low levels and not proportionately worse at higher levels. Many medicines will kill you at high doses. One reason for this is that their effects are not singular: they interact on many systems simultaneously. One effect may limit an imbalance while another creates an imbalance, and providing the dose causes one much more than the other, what might be a toxin is instead a medicine.

    Dose-response may also be bi-phasic or even multi-phasic: in other words a low dose is insufficient to trigger a protective response to a cumulative effect, a medium dose may induce an over-reaction, and a high dose may match (and counteract) the harmful agent, until a point of being overwhelmed by it is reached.

    Finally, there is the threshold effect (where a cause has no effect below a certain value), and the ‘rain-barrel’ effect (where an accumulation of effects eventually becomes too much and overflows).

    (...)
    Neither EM fields nor living organisms are easy to assess, let alone their complex interaction. With living organisms dependent on extremely subtle electromagnetic messaging to maintain homeostasis, determining what frequencies, power levels and durations might lie behind consequences such as
    electro-hypersensitivity is very complex indeed. But what it is not, is a direct linear response to energy absorption, and in all likelihood it is not due to a single interaction mechanism.

  • Are we measuring the right things? Windows, viewpoints and sensitivity (Alasdair Philips).

    Paper delivered at the Royal College of Physics, mei 2002.
     

  • Petkau effect (Wikipedia)

    The Petkau effect is an early counterexample to linear-effect assumptions usually made about (ionising) radiation exposure.

    ... counter to the prevailing assumption of a linear relationship between total dose or dose rate and the consequences.

  • Non-linearity in biological systems: how can physics help?  (slides; Dr. Andrew A. Marino)

    Presented at the International Workshop on Energy and Information Transfer in Biological Systems; Catania, Italy, 2002.

  • The International Electromagnetic Field (EMF) Dosimetry Handbook

  • Zie ook de volgende passage uit het artikel 'The largest biological experiment ever' van A. Firstenberg:

    Here is what these researchers have found, consistently for 18 years: microwave radiation, at doses equal to a cell phone’s emissions, causes albumin to be found in brain tissue. A one-time exposure to an ordinary cell phone for just two minutes causes albumin to leak into the brain. In one set of experiments, reducing the exposure level by a factor of 1,000 actually increased the damage to the blood-brain barrier, showing that this is not a dose-response effect and that reducing the power will not make wireless technology safer. And finally, in research published in June 2003, a single two-hour exposure to a cell phone, just once during its lifetime, permanently damaged the blood-brain barrier and, on autopsy 50 days later, was found to have damaged or destroyed up to 2 percent of an animal’s brain cells, including cells in areas of the brain concerned with learning, memory and movement. Reducing the exposure level by a factor of 10 or 100, thereby duplicating the effect of wearing a headset, moving a cell phone further from your body, or standing next to somebody else’s phone, did not appreciably change the results. Even at the lowest exposure, half the animals had a moderate to high number of damaged neurons.