| Blootstellingsnormen |
|
|
|
| 25 april 2010 | |||||||||||||||||||||||||||||
|
Meer en meer wetenschappers wereldwijd zijn van mening dat de huidige blootstellingsnormen voor elektromagnetische straling véél te laks zijn en drastisch verstrengd moeten worden. Ook in België zijn de normen veel te laks. Een norm van maximum 0,6 Volt per meter (V/m) is voor veel wetenschappers een basisvereiste.
Naast de stralingsintensiteit wordt de schadelijkheid van straling ook bepaald door het 'gepulseerd' karakter en door de specifieke (puls)frequenties. Hier is meer onderzoek naar nodig, zodat ook hier veiligheidsrichtlijnen voor ontwikkeld kunnen worden.
Negationisme bij gezondheidsinstellingen
Is een strengere norm technisch haalbaar?
(NB: we hebben het op deze pagina specifiek over de normen voor radiofrequente elektromagnetische straling, afkomstig van gsm's, gsm-antennes, draadloze toepassingen, etc.)
Basis van de huidige normen
De meeste landen wereldwijd baseren hun stralingsnormen op de aanbevelingen van de beruchte International Commission of Non-Ionizing Radiation Protection (ICNIRP), een comité van wetenschappers en ingenieurs. Deze aanbevelingen dateren uit 1998. Ook de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) nam deze geadviseerde blootstellingslimieten over en de Raad van de Europese Unie (aanbeveling 1999/519/EG).
Het ICNIRP wordt al jarenlang hevig bekritiseerd. Het is een privé-comité zonder enige medische of publieke bevoegdheid. Het comité kiest zelf wie lid kan worden, de selectieprocedure is niet openbaar en niet transparant. Het ICNIRP heeft nauwe banden met de telecomindustrie. De talloze studies die wijzen op schadelijke effecten worden systematisch genegeerd en doodgezwegen.
De normen in België
Tot begin 2009 had België een federale stralingsnorm. Op de normen aanbevolen door het ICNIRP, werd een 'veiligheidsfactor' van 4 toegepast. De normen in België waren dus 4 keer 'strenger'. Afhankelijk van de frequentie varieerde de norm van 20 tot 30 V/m (= 1-2.000.000 microwatt per vierkante meter. Klik hier voor een omzettingstabel).
Het feit dat in de stralingsnormen een veiligheidsfactor ingecalculeerd was, gebruikte men vaak als argument om te stellen dat we in België al goed beschermd waren en dat we ons nergens zorgen over moeten maken. Verderop zullen we duidelijk maken dat dit absoluut niet het geval is.
Brussel
In 2007 besliste het Brusselse Parlement in een ordonnantie om de stralingsnormen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest te verlagen naar 3 V/m (=25.000 µW/m²). Het gaat om een totaalnorm (cumulatieve norm) voor de straling afkomstig van alle zendinstallaties, op enkele uitzonderingen na. In september 2009 werd deze norm effectief van kracht.
Naar aanleiding van de nieuwe Brusselse norm startte er een procedure bij het Grondwettelijk Hof, omdat de gsm-operatoren stelden dat stralingsnormen geen gewestelijke bevoegdheid zijn. Het Hof gaf de operatoren echter ongelijk en besliste dat de Gewesten hun eigen stralingsnormen kunnen vastleggen. Deze beslissing maakte dus een einde aan de federale stralingsnorm. Vanaf nu was het een gewestelijke bevoegdheid. Vlaanderen, Wallonië en Brussel moesten dus hun eigen normen opstellen.
In Brussel geldt nu dus een totaalnorm van 3 V/m, hetgeen een verbetering inhoudt ten opzichte van de vroegere federale norm. In de praktijk blijkt er echter een en ander mis te lopen, zoals wordt duidelijk gemaakt in het volgende artikel 'Wat is er mis met de Brusselse stralingsnorm?' (door het Brussels collectief 'De-mobilisatie')
Wallonië
Intussen hadden ook het Vlaams Parlement en het Waals Parlement al initiatieven genomen voor een (iets) strengere stralingsnorm. In Wallonië heeft men uiteindelijk, dankzij stevig lobbywerk uit de telecomsector, gekozen voor een norm van 3 V/m per operator/antenne. In tegenstelling tot de Brusselse norm gaat het dus niet om een totaalnorm. In Wallonië werd er geen totaalnorm vastgelegd voor de straling van alle antennes die op een willekeurig punt (bvb. in een woonkamer) meetbaar zijn. Het gaat dus om een totaal ontoereikende norm, die zeer hoge stralingsniveau's toelaat.
Vlaanderen
Het Vlaams Parlement heeft in 2009 in een unaniem goedkeurde resolutie gevraagd aan de Vlaamse regering om de norm te verlagen naar een totaalnorm van 3 V/m (voor alle stralingsbronnen samen). Toenmalig Minister van Leefmilieu Crevits had beloofd deze norm voor het einde van haar legislatuur in een wet om te zetten, maar dat bleek een loze belofte te zijn.
Haar opvolgster Joke Schauvliege bleek evenmin gehaast om de volksgezondheid te beschermen. Pas in april 2010 kwam de Minister met haar voorstel: een norm van 3 V/m... per antenne en een totaalnorm van 20,6 V/m. Minister Schauvliege sloeg zo menigeen met verstomming: ze negeerde zorgeloos het advies van de Hoge Gezondheidsraad (een totaalnorm van 3 V/m) en ze trad schaamteloos haar eigen beloften als parlementslid (een totaalnorm van 3 V/m) met de voeten. Bovendien ging de Minister in tegen de democratische wil van het parlement, dat eveneens een totaalnorm van 3 V/m vroeg.
Waar het om gaat is de totale blootstellingsnorm: dit is de totale hoeveelheid straling waaraan we mogen blootstaan. De Vlaamse norm houdt wat dit betreft geen enkele verbetering in tegenover de oude federale norm, ondanks het feit dat uit de wetenschappelijke en medische wereld duidelijk de vraag kwam naar een verstrenging van de verouderde federale norm.
Minister Schauvlieghe en de Vlaamse overheid willen doen uitschijnen dat zij wel degelijk voor een verbetering hebben gezorgd, namelijk door het bijkomend instellen van een extra stralingsnorm van 3 V/m per antenne. Deze norm heeft in de praktijk echter geen enkele relevantie, daar geen enkele antenne op zichzelf ooit een stralingsniveau van 3 V/m zal veroorzaken op een bepaalde verblijfsplaats. Deze norm is louter window dressing: zo kan men schermen met het getal van 3 V/m, om bij de onoplettende toehoorder de schijn te wekken dat de oorspronkelijke beloften en het advies van de Hoge Gezondheidsraad gevolgd werden.
Bij de consultaties ter voorbereiding van de nieuwe Vlaamse norm werden enkel de gsm-operatoren en andere uitbaters van zendmasten betrokken; drukkingsgroepen dus die alle belang hebben bij een zo laks mogelijke norm. Ook de Vlaamse radio-amateurs hebben met succes het nodige lobbywerk verricht. Of hoe de gezondheid van velen op het spel wordt gezet voor de hobby van enkelen.
Deze drukkinsggroepen drukten de Vlaamse overheid op het hart dat een totaalnorm van 3 V/m of strenger niet ‘haalbaar’ is. Bepaalde toepassingen (zoals 4G) worden dan moeilijk tot onmogelijk. De overheid ging mee in die redenering. Maar moet de norm niet in de eerste plaats gericht zijn op het beschermen van de volksgezondheid? Of moet ze net zo laks worden ingesteld zoals de vervuilende industrie in kwestie dat wenst, zodat zij haar technologie ongestoord verder kan gebruiken en ontwikkelen? Gezondheidsexperten vragen een totaalnorm van 3 V/m of strenger (0,6 V/m). Als bepaalde technologische producten en mobiele netwerken niet verzoenbaar zijn met deze norm, betekent dat simpelweg dat deze technologie niet verzoenbaar is met de menselijke gezondheid en van de markt moet worden genomen.
Als een totaalnorm van 3 V/m mogelijk is in een druk stedelijk gebied als Brussel, waarom dan niet in Vlaanderen? Het klopt dat enkele stralingsbronnen in Brussel buiten de norm vallen. Het gaat hier echter om een zeer kleine minderheid van de zendantennes. De overgrote meerderheid van de antennes (met name de antennes van de gsm-operatoren) vallen wel degelijk onder de norm.
=> Persbericht Beperk de Straling: 'voorstel voor Vlaamse stralingsnorm totaal ontoereikend' (PDF, 5 april 2010)
Tabel: een overzicht van aanbevolen (A) en wettelijke blootstellingsnormen voor radiofrequente elektromagnetische straling (10-300 Gigahertz), uitgedrukt in Volt per meter:
Wat is er mis met de normen?
De huidige normen zijn gebaseerd op de veronderstelling dat straling enkel schadelijk kan zijn door opwarming van lichaamsweefsel ('thermisch effect'). Die opwarming ontstaat doordat het lichaam de stralingsenergie absorbeert. Significante opwarming vindt pas plaats bij zeer hoge stralingsniveaus (die in de praktijk zelden of nooit voorkomen).
Bovendien zijn de huidige normen enkel gebaseerd op kortetermijneffecten (blootstelling van enkele minuten). Ze bieden dus geen enkele bescherming voor de langetermijneffecten bij langdurige, chronische blootstelling (!).
De veronderstelling dat straling enkel schadelijk is door opwarming is echter al lang achterhaald. Minstens tientallen wetenschappelijke studies vonden schadelijke biologische effecten bij relatief lage stralingsniveaus, die te zwak zijn om opwarming te veroorzaken ('sub-thermische effecten'). Ook in de praktijk is al meer dan genoeg gebleken dat mensen ernstige gezondheidsproblemen kunnen krijgen bij relatief lage stralingsniveaus (vanaf 0,06 V/m of zelfs nog minder).
(Meer informatie over de andere mechanismen waardoor straling schade veroorzaakt, los van opwarming, is te vinden hier, onder 'werkingsmechanismen)
Negationisme bij gezondheidsinstellingen
Het probleem is dat gezondheidsinstellingen en allerhande wetenschappelijke expertencomités zich blijven verschuilen achter het feit dat er geen 'harde' wetenschappelijke bewijzen zijn voor deze schadelijke effecten. Voor dit onverantwoord negationisme zijn verschillende redenen. De belangrijkste is ongetwijfeld de economische belangen die op het spel staan en de enorme invloed van de telecomsector op de wetenschap.
Over de objectiviteit en neutraliteit van de wetenschap vandaag de dag hoeven we ons niet veel illusies te maken. Officiële expertencomités inzake straling zijn vaak samengesteld uit wetenschappers met banden met de telecomsector (bvb. voor de financiering van hun onderzoek) en/of uit ingenieurs die geen enkele expertise hebben inzake gezondheid. Expertencomités functioneren verder vaak in een politieke context en worden doelbewust samengesteld uit onkritische wetenschappers waarvan men weet dat ze geen standpunten innemen die bepaalde economische belangen schaden.
Een groot deel van de studies over straling wordt gefinancierd door de telecomoperatoren, wat één van de redenen is waarom er nog geen bewijzen zijn voor schadelijkheid (zie ons artikel "Er zijn geen harde bewijzen").
De absurd hoge vereisten die vervuld moeten zijn vooraleer men eindelijk begint te spreken van een wetenschappelijk 'bewijs' dienen de telecomsector, en niet de volksgezondheid. In het verleden is al gebleken dat het blijven wachten op harde, onomstotelijke bewijzen aan miljoenen mensen het leven kan kosten (asbest, tabak). Het is dan ook onaanvaardbaar dat men geen lessen trekt uit het verleden en significante wetenschappelijke aanwijzingen voor schadelijkheid blijft negeren.
⇨ Meer info en artikels over de manipulatie van de wetenschap door de telecomsector (onderaan de pagina)
Wat is een veilige norm?
Op dit moment is niet helemaal duidelijk wat een veilig stralingsniveau is. Sommige wetenschappers stellen zich de vraag of een veilig stralingsniveau überhaupt bestaat.
Bij asbest heeft men jarenlang gediscussieerd over hoeveel asbestvezels per kubieke meter veilig zijn. Uiteindelijk moest men dan toch toegeven dat een veilige blootstelling niet bestaat en dat elke hoeveelheid, hoe klein ook, kankerverwekkend is.
Hoe dan ook blijkt uit de praktijk dat hogere stralingsniveaus meer gezondheidsproblemen geven. Het is dus zeker zinvol de stralingsniveaus zo laag mogelijk te houden.
In 2007 stelde een groep onafhankelijke wetenschappers op basis van meer dan 2000 wetenschappelijke studies een rapport op. Dit BioInitiative-rapport schuift een voorlopige stralingsnorm van maximaal 0,6 V/m (1000 µW/m²) naar voor (= de totale hoeveelheid straling waaraan iemand mag worden blootgesteld, voor alle stralingsbronnen en frequenties samengenomen).
Andere onafhankelijke wetenschappers en instanties hebben al gelijkaardige of soms zelf strengere voorstellen gedaan.
Wij onderschrijven de BioInitiative-norm en menen dat men hier ook in Vlaanderen/België naar moet streven. Wel zijn aanvullend nog speciale maatregelen nodig voor elektrogevoelige mensen, die klachten krijgen bij stralingsniveaus die ver onder de norm van 0,6 V/m liggen.
Is een strengere norm technisch haalbaar?
Meer informatie hierover is terug te vinden op de website van het Nederlandse Kennisplatform Veilig Mobiel Netwerk.
Daarnaast moet ook nog opgemerkt worden dat hoe rationeler we gebruik maken van de gsm, hoe minder gsm-antennes er nodig zijn en hoe minder krachtig deze moeten stralen. Als de politieke verantwoordelijken een strengere norm willen installeren, zou tegelijkertijd ook een sensibiliseringscampagne op gang moeten worden getrokken om mensen minder en korter te doen bellen met de gsm.
Zo zou binnenshuis steeds een vaste telefoon gebruikt moeten worden. Gms's zijn immers gemaakt om gebruikt te worden op verplaatsing.
Misverstanden over een strengere stralingsnorm
Naar aanleiding van de debatten over een strengere norm zijn de operatoren paniek beginnen zaaien over de onhaalbaarheid van strengere normen. Hiervoor gebruiken ze argumenten die foutief zijn, ongenuanceerd, of onvolledig:
"de kwaliteit van het netwerk zal verslechteren"
Een weerlegging van deze argumenten vindt u in de volgende persberichten van Beperk de Straling:
Satire op de nu al jaren aanslepende desinformatie en wanpraktijken bij de International Commission of Non-Ionizing Radiation Protection (ICNIRP) en bij de Wereldgezondheidsorganisatie. Op de foto enkele hoofdrolspelers in de desinformatiecampagne.
|




